Nieuwe tekst - Poëzie - Bladerbeer

Ga naar de inhoud

Nieuwe tekst - Poëzie

Nieuwe tekst
Mijn gedicht ‘de wolken’ is opgenomen in Een toon die in de stilte zoemt: de 100 beste gedichten uit de Turing Gedichtenwedstrijd 2015. Het is ook te lezen op de Eregalerij van de Turing-site (op alfabet onder de letter d).
de wolken

de wolken laten zich langzaam
boven de meeuwen van wind,
laten zich westwaarts, de wolken
boven de lichtende toren,
het helmgras, de kraaiende brem,
boven de kruipende baby’s,
de roestige roerbak van ei,
onthouding, de bomvolle tram,
boven de koekjesfabriek,
rennende mieren en stenen
laten de wolken zich hoger
boven de zielen in zee,
boven de vallende steken,
aarzeling, schroom van het blozen,
de dampende pannen, het weten,
het onverzadigbaar eten,
boven het oude theater,
de schreeuwende fles van tienhoog,
de loeiende kermis, het later,
het zoet van de trommel, de kater,
boven de woede van wanten,
het glimmende koper in vuur
buigen de wolken diep in het dons
boven de wrok van het uur,
boven de meeuwen, het land en de zee,
de bunker van wapenbeton,
drijven de wolken, zeker van hemel
boven de vloeken, gebeden,
het groengele gras tussen tegels,
onder het zwaard van de zon.


Luister hier naar 'de wolken':
La Bohème
Turing: De wolken
Turing: De wolken
00:00
Kikkertje

Je ritselt tegen wil en dank
tussen bodemplantjes en droog gras –
de poezen hebben je ontdekt,
schutkleur helpt je niet.
Pas als je bij de tuinbank landt
blijf je doodstil zitten
kleine bruine kikker in mijn hand
ik zet je bij het water op een steen.
Je zit meteen rechtop, je springt,
je strekt je achterpoten na de duik.
Ik zie hoe je daar voor je leven zwemt.
De poezen in de tuin waar ik je vond,
ze zitten op de loer, nog steeds,
ze ritselen met slaande pootjes zelf een kikkertje.
deens gedicht

Zoals je hier ligt, huis
hoog boven het fjord tussen bomen
zelf stemmig van stammen gemaakt.
Zoals je ons uitzicht over het water
en niets hoeven horen dan stilte
aalscholvers op weg
geef ik je de naam van het
vluchtig verschijnen van haas en van das,
het brood van de rogge,
de ruisende fluister van regen en wind,
framboos van de struik,
de motor van boot soms, een zaag.
Onzichtbaar voor buiten
in jouw omarming
kijken wij horizonver.
Rusten wij uren van auto's en haast
op je knieën.
Lezen wij boeken.
Slapen wij breed in jouw schoot.
Zilvermeeuw

ik zeil als een schip, in de stad al
moet je naar zee gaan
kijk mij
boven de groene duinen
o ik vlieg zo mooi in de zon van blinken
en ik schreeuw mijn schorre echo’s in het zand
op een paal bij de haven rust ik uit
zit er een jonkie is zijn moeder kwijt
komt hij bedelen bij mij
kijk ik de andere kant op
zo'n bruine vlegel met droeve ogen en een lege maag
die laat ik zitten,
aansteller, denk ik bij mezelf, ga vliegen
hardvochtig kan ik ook niet helpen
moet hij mijn kind maar zijn
Terug naar de inhoud