Seizoensgedicht - Bladerbeer

Ga naar de inhoud

Seizoensgedicht

Seizoensgedicht
Wintergedicht 2019
Gennadi Nikolajevitsj Ajgi (Геннадий Николаевич Айги) was een Russische dichter. Hij werd in 1934 geboren in een dorp in de deelrepubliek Tsjoevasjië, een gebied ten oosten van Moskou bij de rivier de Wolga. Hij schreef aanvankelijk in het Tsjoevassisch, maar later ook in het Russisch. Tussen 1964 en 1989 was zijn werk in de Sovjet-Unie verboden. Zijn gedichten werden intussen wél uitgegeven in andere landen; ze zijn in 44 talen verschenen. Ajgi kreeg meerdere prijzen, waaronder de Prix de l'Académie française in 1972, en hij is vaak genoemd als kanshebber voor de Nobelprijs voor de Literatuur. Gennadi Ajgi overleed in 2006 in Moskou.
 
Vertaler Charles B. Timmer karakteriseert Ajgi’s lyriek als een ‘incantatie’ met terugkerende kernwoorden als ‘sneeuw’, ‘kind’, ‘licht’, ‘winter’. Dat hij zijn gedichten niet op rijm schreef, maakte hem tot een ‘vreemdeling’ in de Russische poëzie. Timmer noemt ook de veelvuldige ‘open plekken’ in de gedichten, als uitnodigingen aan ons, lezers.
 
In het gedicht ‘Sneeuw’ weten we niet wie de ‘jij’ is. We weten ook niet welke woorden het zijn die de ‘ik’ nooit zal uitspreken. De taal van het gedicht is eenvoudig, maar door de open plekken krijgt het een extra laag. Het einde lees ik als een perspectief: de vallende sneeuw staat voor iets groters waar we ons uiteindelijk aan overgeven:

‘en er warrelen witte vonken,
 
en tegenhouden
kan ik die niet’
Sneeuw - Gennadi Ajgi











Luister hoe het gedicht klinkt.
Van de vlakbij vallende sneeuw
zijn op de vensterbanken de bloemen bizar.

Glimlach jij dan desnoods tegen mij
alleen omdat ik woorden
die ik nooit zal begrijpen niet uitspreek.
Alles wat ik jou zeggen kan:

stoel, sneeuw, wimpers, lamp.

En mijn handen
zijn zo eenvoudig en ver

en de vensterramen
lijken gesneden uit wit papier,

maar daar, erachter,
vlak naast de lantaarns,
dwarrelt de sneeuw

al sinds onze prilste kinderherinnering

en die zal blijven dwarrelen zolang op aarde
aan jou wordt gedacht, met jou wordt gepraat.

En die witte vlokken heb ik weleer
echt en heel helder gezien
en toen sloot ik mijn ogen en krijg ze nu niet meer open
en er warrelen witte vonken,

en tegenhouden
kan ik die niet

_____________________
Vertaald door Charles B. Timmer
Uit: Geoormerkte winter. Gedichten, Amsterdam 1986
Vossenweg 31 - 6721 BM Bennekom
telefoon 0318 769318
Terug naar de inhoud